/Onze wensen bij de vorming van het nieuwe kabinet

Onze wensen bij de vorming van het nieuwe kabinet

Amsterdam 7 / 4 / 2017

Tot op heden hebben wij altijd onze wensen kenbaar gemaakt bij de vorming van de kabinetten. Maar helaas is geen van deze wensen ooit serieus genomen. De mening van de eigen organisaties van migranten telt helaas niet meer mee. We weten dat onze wensen en kijk op zaken opnieuw genegeerd zullen worden in een klimaat waarin negatieve denkbeelden over de migranten overheersen. Toch willen wij een uiterste poging wagen om onze wensen en visie ten aanzien van een nieuw te vormen kabinet kenbaar te maken.

Een uiterste poging, aangezien de situatie van migranten uit moslimlanden in het algemeen, en die van Turken in het bijzonder de alarmbellen doen rinkelen. Want na vijftig jaar is de band van deze migranten met Nederland nog steeds niet sterk. Dit kan niet langer op de oude voet verder. Als de noodzakelijke maatregelen ontbreken, zal dit ooit tot uitbarsting komen en als onze waarneming klopt, is dit ‘ooit’ niet ver weg. De recente gebeurtenissen in Rotterdam zijn naar onze mening uiterst alarmerend.

Hoewel het probleem gelanceerd wordt als een provocatie van aanhangers van de Turkse regering, zijn wij ons ervan bewust dat onder deze onrust serieus sociaal ongenoegen meespeelt. Het gevoel van verbondenheid van migrantenjongeren met Nederland is niet stevig en de onvrede heeft inmiddels dimensies aangenomen die makkelijk tot een uitbarsting kunnen leiden. We voelen ons derhalve genoodzaakt om de politici en betreffende instanties nog een laatste keer te waarschuwen.

Als oudste eigen organisatie van Turkse migranten, denken we dat de volgende oorzaken tot de huidige situatie hebben geleid. Als uitgangspunt hebben wij de Turkse jongeren genomen, de groep die wij het beste kennen.

De eerste oorzaak is de discriminatie. Er is sprake van een wijdverbreide discriminatie in de samenleving, met name in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Dit is voor een deel zichtbaar, maar een groter deel daarvan bestaat echter uit onzichtbare en subtiele discriminatie. Zolang discriminatie een feit is en blijft, zal de verbondenheid van mensen met Nederland onmogelijk gerealiseerd worden. Je voelt geen verbondenheid met een land dat jou niet als een vanzelfsprekend onderdeel van dit land ziet. Het is vergeefse moeite.

De tweede oorzaak is de bewuste aanwakkering van de nationalistische gevoelens en ideeën van mensen door de Turkse bestuurders. De lange arm van Turkije heeft altijd bestaan. De laatste jaren heeft dit zelfs een hoogtepunt bereikt. Als migrantenorganisatie hebben wij dit sinds jaar en dag aan de orde gesteld. Maar niemand luisterde naar ons en men deed net of men het niet zag of hoorde. Want de belangen waren destijds anders dan nu.

Uiteraard kan niet zo veel veranderen aan de situatie zolang de toestand in Turkije hetzelfde blijft of de Nederlands-Turkse betrekkingen niet beter worden. Want de politiek van de Turkse regering en haar aanhang heeft een radicale verandering ondergaan en is een ernstige bron van conflicten geworden voor de veiligheid van zowel Turkije en het Midden-Oosten als Europa. Om deze reden beleven we een uiterst gevaarlijke periode. Maar we kunnen wel iets doen aan deze situatie, namelijk de eerste oorzaak, discriminatie uitbannen.

Wat te doen?
In de eerste plaats stellen wij voor om een onderwijsraad bijeen te laten komen die de positie en problemen van de migrantenkinderen in het onderwijs ter hand neemt en met passende oplossingen komt. Er is door een aantal instellingen onderzoek verricht naar dit probleem, echter dit is niet serieus genomen en er zijn geen consequenties verbonden aan de uitkomsten. De besluiten van de te vormen onderwijsraad moeten bindend zijn, anders zullen de besluiten een dode letter blijven.

Wat de arbeidsmarkt betreft, het voorstel dat we sinds jaar en dag herhalen is als volgt. Bedrijven met een bepaald aantal werknemers en met name overheidsinstellingen moeten verplicht worden minimaal 5 procent werknemers met een migrantenachtergrond in dienst te nemen. In het verleden kwam men altijd met hetzelfde argument aanzetten: gebrek aan taal- en opleidingsniveau, maar dit probleem is voor een groot deel opgelost. Echter, hoewel het taal- en opleidingsniveau van migrantenkinderen omhoog is gegaan, is het werkloosheidspercentage onder deze jongeren nog steeds twee, drie keer zo hoog als bij autochtone jongeren. Dit percentage kan maar niet omlaag worden gebracht. Alleen vanwege hun namen worden deze jongeren niet uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. Wij horen dit dagelijks van jongeren. Moeten wij onverschillig blijven voor dit soort belangrijke maatschappelijk problemen, alleen maar omdat de werkgevers het zo willen? Waarom willen we niet inzien dat deze problemen tot ernstige maatschappelijke uitbarstingen zullen leiden?

De overheid moet daarbij het voortouw nemen door een quotum in te stellen van 5 procent bij het aannemen van personeel door de verschillende overheidsinstellingen en indien nodig sancties opleggen als dit niet gerealiseerd is. Het percentage migrantenwerknemers bij zowel de centrale als de lokale overheid is beduidend lager dan het percentage migranten bij de (stads)bevolking in het algemeen. Bij de politie en het leger is de verhouding nog schrijnender. Aanstelling van migrantenjongeren door deze instanties zal de zichtbaarheid van migrantenjongeren bij dit soort maatschappelijk instanties vergroten en tegelijkertijd ook de binding met Nederland versterken.

Hetzelfde geldt voor de sectoren kunst, cultuur, muziek, film, televisie, enzovoorts. De zichtbaarheid van migrantenkinderen in deze sectoren kan als katalysator werken bij de bestendiging van de binding met Nederland. Als we alles overlaten aan het bedrijfsleven en de markt, kunnen we geen enkel probleem oplossen en erger nog, het probleem groter maken.

De derde oorzaak zijn de polariserende uitspraken van politici. De meest in het oog springende en frappante zijn de uitspraken van Wilders. Maar het probleem beperkt zich niet tot Wilders alleen. De verklaringen van de minister-president tijdens de verkiezingen hebben ons diep gekrenkt. Daarnaast hebben we lijdzaam toegezien hoe de overige politieke leiders Wilders probeerden voorbij te streven in populisme. Ze hebben het mis als ze denken dat het weer overwaait. Wetenschappers weten welke blijvende schade woorden kunnen aanrichten. Dit soort krenkingen worden opgeslagen in het onderbewuste van mensen en wanneer de omstandigheden daar zijn, leiden ze tot sociale uitbarstingen. Helaas zijn de politici zich niet bewust van deze feiten en blijven olie in het vuur gooien.

Een ander aandachtspunt voor de bestuurders is het gebruik van onevenredig veel geweld tegen demonstranten. In Rotterdam hebben we een concreet voorbeeld hiervan gezien. Het afsturen van honden op de demonstranten en hen verwonden, de politie toestemming geven om te schieten; het zijn onaanvaardbare dingen. Het gebruik van geweld door de overheid is koren op de molen van radicale groeperingen. Het leidt tot radicalisering. We weten dat politie over humanere en effectievere middelen beschikt om een eind te maken aan dit soort demonstraties. Daarom is het gerechtvaardigd om de vraag te stellen waarom geweld nodig was. Bovendien is het onbegrijpelijk waarom een poster van Erdogan persé uit de etalage van een bedrijf in Rotterdam verwijderd moest worden. Hoewel we d Turkse regering in de strengste bewoordingen bekritiseren, vinden we tegelijk dat de aanhangers van dit regime het recht hebben om zichzelf vrijelijk te uiten. Anders worden we als democraten ongeloofwaardig.

De vierde oorzaak is de negatieve benadering door de media. De schrijvende pers in het bijzonder en de televisie in het algemeen, spelen een grote rol bij de toename van xenofobie. Helaas hebben we media die vooroordelen jegens vreemdelingen en de bezorgdheid bij de mensen misbruiken voor hun rating- en oplagecijfers. Hoe hard je ook probeert, in een land waar de media voortdurend negatief berichten over moslimmigranten, is elke integratiepolitiek gedoemd tot mislukken.

Het spreekt voor zich dat wij geen enkele censuur voorstaan. Echter, het is evident dat er een onderzoek moet komen naar het negatieve effect van de media op het integratieproces. Een onafhankelijk orgaan kan dit monitoren en onderzoeken. Natuurlijk wordt het probleem hiermee niet meteen opgelost, maar het wordt tenminste zichtbaar gemaakt.

Zonder vooruitgang op deze basispunten is een wenselijk integratieproces niet meer dan toekomstmuziek. Indien we in de komende jaren geen positieve en krachtdadige stappen zetten in de richting van een integratieproces, hoeven we helderziende te zijn om te voorspellen welke ernstige problemen ons te wachten staan. Wij staan midden in de samenleving en nemen de gebeurtenissen om ons heen goed waar. We weten welke problemen er leven onder de mensen en proberen passende oplossingen te vinden voor deze problemen. Ons doel is om de binding tussen migranten en autochtonen te versterken en in vrede, gelijkwaardigheid en vrijheid te leven in ons nieuwe vaderland. Tot op heden zijn wij nooit serieus genomen. Of iemand ons in de toekomst serieus zal nemen, wat er dan gebeurt als men ons serieus neemt, zullen we allemaal zien.

Turkse Arbeidersvereniging in Nederland (HTIB)